top of page

Blog

Blog

Als je jezelf even kwijt bent in je lichaam

8 okt
2 minuten om te lezen

“Luister naar je lichaam.”

Het klinkt als zo’n advies waar weinig tegenin te brengen is. En meestal is dat ook zo.

Maar soms denk ik: wat als je lichaam even niet zo goed te verstaan is?

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer je rouwt.


Na een verlies kan je lichaam van alles laten merken. Spanning in je schouders. Een knoop in je buik. Slecht slapen. Vermoeidheid die maar niet overgaat. Een lichaam dat voortdurend ‘aan’ lijkt te staan.


Maar het kan ook andersom. Je kunt je juist minder verbonden voelen met je lichaam. Alsof je er wel in zit, maar het contact een beetje kwijt bent geraakt.


In een artikel van RouwExpertise las ik over onderzoek hiernaar. Mensen die rouwen bleken soms minder goed op te merken wat er lichamelijk in hen gebeurde. Honger, dorst of vermoeidheid werden minder duidelijk gevoeld.

En hoe zwaarder de rouw werd ervaren, hoe lastiger dat lichaamsbewustzijn voor sommige mensen was.


Ik vind dat een waardevol inzicht.


Want als je niet goed meer voelt dat je honger hebt, is “eet gewoon wanneer je honger hebt” niet zo’n helpend advies. Misschien heb je dan juist wat meer houvast nodig van buitenaf.


Op een vast moment eten, ook als je geen trek hebt.

Naar bed gaan omdat het tijd is, ook als je nog helemaal niet moe bent. Even naar buiten, zonder dat je daar zin in hoeft te hebben.


Een wandeling afspreken met iemand.

Of een massage plannen.


Niet omdat daarmee je verdriet verdwijnt. En ook niet omdat je lichaam ‘gerepareerd’ moet worden. Maar omdat het soms fijn is als er even een moment is waarop je niets hoeft. Waar je niet hoeft te bedenken hoe het met je gaat of wat je met je verdriet moet.


Alleen maar voelen wat er is.


Dat zie ik ook regelmatig in mijn praktijk. Iemand die veel heeft meegemaakt en zegt: “Ik weet eigenlijk niet meer zo goed wat ik voel.”


Soms is er vooral spanning.

Soms een enorme moeheid.

En soms lijkt het lichaam bijna afwezig.


Dan hoeft een massage van mij niet ergens naartoe.

We hoeven niet op zoek naar een oplossing.

Er hoeft niets losgemaakt te worden.

Je hoeft niet ineens weer helemaal ‘in je lichaam’ te zijn.


Misschien is het genoeg om even stil te worden.

Om te merken dat je adem er is.

Dat je schouders ergens zitten.

Dat je huid aangeraakt wordt.

Dat er, naast alle gedachten en alles wat pijn doet, ook nog een lichaam is dat met je meedraagt wat er gebeurd is.


En misschien komt daar heel voorzichtig weer iets van contact.

Een klein moment waarop je merkt:

Dit ben ik.

Dit is mijn lichaam.

Ik ben er nog.


Misschien is dat, midden in een periode van verlies, al heel veel.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page